De geschiedenis van het Museum Bisdom van Vliet

Gepubliceerd op 2 maart 2020 om 11:07

Het museum aan de Hoogstraat 166 is nu helaas voor bezoekers gesloten tot medio 2021 in verband met restauratie en onderhoud. In de schitterende Overtuin kunt u wel een wandeling maken.

In het Haastrechtse Museum Paulina Bisdom van Vliet vindt u de inrichting met inboedel van de laatste eigenaresse zoals die was bij haar overlijden in 1923. De rijke dame, die kinderloos stierf, liet haar hele fortuin aan een stichting na, met als beding dat alles moest blijven zoals het was. Hoe kwam zij aan haar fortuin en wat voor rol speelde de familie Bisdom, later Bisdom van Vliet, in de geschiedenis.

Waar nu het bijzondere museum staat, bouwde in 1694 gemeentesecretaris en notaris Adriaan Bisdom zijn huis. Adriaan was de zoon van de hoogheemraad van de Krimpenerwaard, Jacob Bisdom (†1704), die op zijn beurt de zoon was van Jan Bisdom van Crimpen. In de tuin achter het museum aan de Hollandsche IJssel staan nog de twee prachtige rode beuken die Adriaan in 1696 en 1698 plantte, ter gelegenheid van de geboorte van zijn zonen.

Adriaans zoon Theo Bisdom werd een succesvol koopman en kocht in 1755 de heerlijkheid van Vliet bij Oudewater. Hij kocht het niet voor het vervallen kasteel, waarvan de grachten nog in tact waren, maar omdat hij daarna de titel ‘heer’ mocht dragen en op die manier lid werd van de Hollandse adel. Theo Bisdom, heer van Vliet (†1777) werd poorter – dat is iemand met stadsburgerrechten – van Gouda en trouwde met Maria van Harthals. Ze kregen twaalf kinderen. Na Theo’s overlijden trad hun oudste zoon, Marcel Bisdom, heer van Vliet, in zijn voetsporen en die werd ook poorter van Gouda. Marcel trouwde in 1766 in Goes met Maria Catherina Reijnders uit Middelburg, de dochter van Salomon Reijnders, de vice-admiraal van Zeeland.

Marcel kreeg meerdere erebaantjes in Gouda; zo was hij regent van het weeshuis en kerkmeester. Van 1782 tot 1795 was hij lid van de Goudse vroedschap en groeide zijn fortuin tot hij een van de rijkste inwoners werd van Gouda. Zijn kapitaal verdiende hij met zijn koffie- en katoenplantages aan de rivier Demerar in Barbados, dat was in de Nederlandse kolonie Essequebo en Demerary, die in 1745 werd opengesteld voor de aanleg van plantages. Ongetwijfeld speelde zijn varende schoonvader daar een rol in. Marcel behoorde daarmee tot de nouveau riche. Een pamfletschrijver noemde Marcel niet voor niets ‘een Haastregtsche boerejongen wiens grootvader de kost had verdiend als hengstenlubber’. Voor wie niet weet wat een lubber is: het synoniem is castreerder (een gecastreerde hengst is een ruin).

Orangisten gooiden bij de onlusten in 1787 de ramen bij MArcel Bisdom van Vliet in. Ondanks zijn lidmaatschap van de Goudse Patriottische Sociëteit werd hij niet uit de Goudse vroedschap gezet. In de jaren 1790 en 1791 was hij zelfs de burgemeester van Gouda. Marcel en Maria kregen vijf dochters. Hun enige zoon, vernoemd naar zijn grootvader en zeeheld Salomon Reijnders, nam het familie-imperium op 29 september 1806 over, toen Marcel op zevenenzeventig jarige leeftijd in Gouda stierf.

Met Salomons Reijnders koloniale bezittingen op Barbados zal het toen al wel afgelopen zijn, want vanaf 1796 hadden de Engelsen er flink huisgehouden. Salomon Reijnders Bisdom-van Vliet (†30 oktober 1825) werd aangesteld als schout en burgemeester van Haastrecht. Dit gemeentehuis, met een met tongewelven gedekte achterste kelder voor de cachotten, werd in 1823 gerestaureerd onder Salomon, die was getrouwd met Paulina Maria Hondorff Block.

Twee jaar later stierf hij en nam zijn negentienjarige zoon Marcel, vernoemd naar zijn grootvader, de burgemeestershamer over en die van de dijkgraaf van Krimpenerwaard. Zijn broer Otto Breat Bisdom van Vliet was toen vijftien jaar oud. Als inwoner van Haastrecht stond Marcel in 1832 in Gouda op de veertiende plaats, van het rijtje rijkste mannen van Gouda. Een goede partner dus voor Maria Elizabeth Knogh, de weduwe van Abraham Ledeboer, met wie hij 11 juli 1839 trouwde. Een jaar later werd hun enige kind geboren: Paulina.

De oom van Paulina, Otto Breat Bisdom van Vliet, trouwde in 1847 met Adelheid Pauline Florentine van Hall en werd heer van Cattenbroek. Hun zoon Salomon Reijnders II Bisdom werd in 1852 in Utrecht geboren.

Paulina’s vader Marcel Bisdom van Vliet, die de burgemeester van Haastrecht was, werd rond 1857 tevens de burgemeester van Vlist en Bonrepas, daarnaast was hij lid van de Provinciale Staten en firmant van Ledeboer & zonen, het bedrijf dat Paulina’s moeder van haar overleden eerste man had geërfd.

Paulina trouwde in 1869 met domineeszoon Johan Jacob le Fèvre de Montigny, luitenant te zee 1e klasse. Het domein van de familie liep van de Nederlands Hervormde kerk tot de huidige Bredeweg. Haar vader gaf nog de opdracht om op de plaats waar hun huis in Haastrecht stond, een nieuw herenhuis te bouwen dat in 1877 gereed kwam. Tegenover dit schitterende herenhuis werd park De Overtuin in Engelse stijl aangelegd, dat door de komst van de provinciale weg later van het huis zou worden afgescheiden.

Haar vader Marcel zag het eindresultaat van de bouw niet, want hij overleed voordat hun statige huis klaar was. Paulina en haar liberale man bleven er wonen. Le Fèvre de Montigny nam de burgemeestershamers van zijn schoonvader over, maar moest om gezondheidsredenen op z’n veertigste, in 1880, stoppen en stierf een jaar later. Hij liet Paulina op haar eenenveertigste kinderloos achter en die bleef tot haar dood in het huis wonen.

Paulina’s enige familielid, haar neef Salomon Praet II, trouwde op 17 juni 1882 in Antwerpen met de Amsterdamse Helena Hendrika Viervant, maar stierf in Antwerpen zonder nakomelingen. Paulina bleef daardoor in 1901 alleen achter als enige erfgename van het rijke familiebezit van Bisdom van Vliet.

Ze liet voor haar gezelschapsdame links van het herenhuis in 1907 een huis bouwen in neo-renaissancestijl. In 1914 kwam daar een huis naast voor haar rentmeester.

Op 21 december 1923 overleed Paulina Maria le Fèvre de Montigny - Bisdom, vrouwe van Vliet en Willige Langerak, op drieëntachtig jarige leeftijd. Er was wel een familiegraf in het transept van de Nederlands Hervormde kerk, die vlak naast het huis staat, maar Paulina koos er voor bij haar man in het park De Overtuin te worden begraven. Het stoffelijk overschot van haar hond Nora kreeg daar ook een plaats met gedenksteen.

De vrouwe liet alles na aan de stichting Bisdom van Vliet, onder het beding dat het bestuur het graf van haar en haar man waardig zouden onderhouden, dat ze verenigingsgebouw Concordia, dat zij voor de gemeenschap liet bouwen, zouden onderhouden en zouden bijdragen aan de verpleging van arme zieke en ongelukkige protestantse Haastrechtse kinderen. Haar rijkgevulde herenhuis moest een museum worden. Zo werd het huis van de familie het unieke museum dat nu behoort tot de top honderd van de Nederlandse monumenten. Het verhaal gaat dat de streng protestantse vrouwe het gemeenschapshuis Concordia om strategische redenen op de huidige plek heeft laten bouwen om de roomse Sint-Barnabaskerk aan haar gezichtsveld te onttrekken.


 »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.