Moord op Oudewater uit 1575 nog steeds herdacht

Gepubliceerd op 8 augustus 2018 14:18

De Oudewaterse Moord is een van de zwartste bladzijden uit de geschiedenis van de Hollandsche IJssel. De bevolking van Oudewater werd op donderdag 7 augustus 1575 voor de helft uitgeroeid door de Spaanse troepen. Een gebeurtenis die zoveel impact had, dat hij nog steeds wordt herdacht in het stadje. Wat gebeurde er?

|Rob Stolk|

Op maandag 19 juni 1572 verscheen de geus Adriaan van Swieten met negentien man voor de zwakverdedigde poorten van Oudewater. Ze namen de Oranjezinde stad in, die al vier jaar onder het katholieke Spaanse koninkrijk viel. Nog dezelfde week nam Oudewater met nog elf steden deel aan de Eerste Vrije Statenvergadering in Dordrecht en erkende Willem van Oranje als hun leider en daarmee werd het protestantisme de belangrijkeste godsdienst.

Van Swieten verijdelde in 1573 een aanslag van de Spaanse troepenleider Bossu tegen Oudewater door de stad op tijd te versterken.

Willem van Oranje, die een paar jaar later vernam dat de Spaanse troepen zich naar het zuiden wilden verplaatsen, liet Van Swieten aan het bestuur van Oudewater vragen of ze de landerijen rond de stad onder water wilde zetten. Hij waarschuwde hen voor een treffen en dat ze daarom vrouwen en kinderen beter naar Gouda konden brengen. Oudewater onderschatte de situatie echter en negeerde dit.

Eind juni 1575 trok bevelhebber don Luis Requesens met zijn Spaanse troepen richting Utrecht. Hij had het bevel over Waalse en Spaanse garnizoenen die in totaal elfduizend man telde.

Beleg

Na de inname van het stadje Buren, marcheerde het leger naar Oudewater waar ze op donderdag 19 juli voor de poorten verschenen. De stadbewoners hadden nog genoeg tijd om hun vee binnen de muren te halen en de obstakels rond de muren die hun schootsveld belemmerden te verwijderen. Er waren slecht 350 huurlingen in de stad voor de verdediging.

Terwijl de omvangrijke troepen het stadje omsingelden en tientallen kanonnen stationeerden, begonnen de beschietingen al over en weer.

De Sint-Michielskerk kerk werd inmiddels gebruikt voor protestantse diensten, maar er lagen ook nog spullen van de katholieken, want waarschijnlijk deelden beide kerkgenootschappen op dat moment de kerk, zoals ook elders gebeurde. De verdedigers pakten in ieder geval uit ballorigheid de kruisen en trokken de kerkgewaden van de Roomse priesters aan toen ze het idee kregen dat er hulp onderweg was om hen te ontzetten, om daar provocerend mee over de wallen te paraderen, uitgejouwd door de Roomse Spaanse troepen die furieus werden.

De poging van Willem van Oranje, die speciaal naar Gouda was gekomen om daar ontzettingsleger bij elkaar te krijgen mislukte echter.

Woensdag 6 augustus was het zwaar geschut van de Spaanse troepen onder bevelhebber Gilles van Hierges geïnstalleerd en kregen de burgers  de kans zich binnen enkele uren over te geven.

Voordat die tijd was verstreken begonnen de bombardementen al. De muren waren hier niet tegen bestand en al snel ontstonden er bressen bij de Waardpoort. Een boer had verraden dat dit een zwakke plek was. Op die plek dempten de aanvallers in de nacht die volgde de gracht met bundels hennep, zodat ze eenvoudig de stad in konden trekken.

De inval

Donderdag om 12 uur begon de aanval. Door een mijn die de verdedigers onder de bres lieten ontploffen kwamen veel aanvallers om. Vrouwen en kinderen goten hete pek en bestookten de soldaten met stenen en brandende hoepels, maar dit kon de inval niet stoppen.

De Oudewaternaars hadden de eerste bressen nog kunnen stutten en opvullen met puin, maar nu was er geen houden meer aan. De bressen werden een groot gat waardoorheen het Spaanse regiment, gevolgd door Duitse huurlingen, de stad door kon binnendringen.

De Oudewaterse Moord

De huizen bij de Sint Michaëlskerk, waar de mensen woonden die met de geuzen sympathiseerden, vlogen in brand toen de Spanjaarden en Duitsers bonje kregen over de verdeling van de buit. Volwassenen, kinderen, ook nonnen en priesters, werden afgeslacht en verminkt.

Na de vernietiging trok het Spaanse leger naar Schoonhoven dat enkele dagen later werd ingenomen. 

Het Spaanse bezet van Oudewater duur zestien maanden, toen was het weer in handen de Oranjegezinden onder van Adriaan van Zwieten en kon het met de herstelwerkzaamheden beginnen. Openbare uitoefening van de katholieke diensten werd verboden.

Volgens de overlevering overleefden drie mensen het bloedbad van 1575. In werkelijkheid zal het de helft van de toenmalige bevolking zijn geweest. Volgens een lijst die in 1617 werd opgemaakt, waren er in 1615, dus veertig jaar na de Moord nog driehonderdvierentwintig mensen in leven die Spaanse vernietiging hadden meegemaakt. Ze kregen van de Staten in 1618 ieder een schadevergoeding van dertien gulden. 

 

Stad van geelbuiken

Oudewater had gewelfde stadsmuren om de rijke burgers te beschermen. De burgers verdienden  hun geld direct of indirect aan hennepteelt. Dit groeide overal langs de IJssel op de vruchtbare vochtige rivierslib. Van henneptouw werden netten maakten voor de haringvangst. De stad telde vele touwbanen en spinnerijen. De burgers werden geelbuiken genoemd, omdat de touwslagers de gelige hennepvezels voor of om hun buik opwikkelden.

Een wonder

Niet alleen katholieken probeerden martelaren wonderen toe te dichten, ook de geuzengezinden hadden er een handje van. De Goudse burgemeester Gerard Kegeling verklaard dat hij 16 maanden na de Oudewaterse Moord bij het ruimen van de lijken aanwezig was met Van Swieten en zag dat het hoofd van de protestantse predikant niet was vergaan. Het was nog ‘soo vol ende blank van ligchaem, als of deselve geen vier dagen gehangen hadde, sonder dat de oogen waren gequetst ofte 't aengesicht ingevallen, wesende een mirakel Godts.’


 »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.