Sint Nicolaasbasiliek zoekt nieuwe organisatoren voor enige processie boven de grote rivieren

Gepubliceerd op 21 februari 2020 om 11:00

Tussen de kerkcommissie van de Sint Nicolaasbasiliek en het Comité van Onze-Lieve Vrouwe van Eiteren die de jaarlijkse processie, bekend als de Ommedracht in IJsselstein organiseert, is het de laatste keer niet goed gegaan. De kerkcommissie besloot vanwege de warmte de hele de processie af te blazen, tot groot verdriet van de organisatoren. Het comité stopt er daarom mee, vooral verbolgen omdat het alternatief dat ze voorstelden, waardoor een aantal dingen wel doorgang hadden kunnen hebben, werden afgewezen. De leden hopen dat anderen het stokje willen overnemen, want de Ommedracht gaat hen zeer aan het hart, zo laten ze via Zenderstreeknieuws weten. Het feest van Maria van Eiteren zal daardoor dit jaar op 21 juni waarschijnlijk beperkt blijven tot een eucharistieviering in de basiliek.

Onze Lieve Vrouwe van Eiteren

Tussen 1310 en 1342 werd een tweeëntwintig centimeter hoog Maria-met Kind beeldje opgegraven door slootgravers. Ze gaven dit aan de pastoor van IJsselstein. De pastoor zette dit Mariabeeld, dat bekend werd als Onze Lieve Vrouw van IJsselstein, in de Sint-Nicolaaskerk. Wonderbaarlijk genoeg verdween het beeldje keer op keer uit de kerk, waarna ze het weer teruggevonden op de plek waar het uit het veen was gehaald.
Er gebeurde nog iets waar ze geen verklaring voor hadden: bisschop Gwijde van Utrecht, die had toegezegd dat hij naar de Sint-Nicolaaskerk zou komen om het kerkhof te wijden, stierf in Holland voordat hij de afspraak kon nakomen. Toen zijn stoffelijk overschot met de boot naar Utrecht werd overgebracht, liep de boot in Eiteren om onverklaarbare wijze vast ter hoogte van de plek waar het beeldje keer op keer terug was gevonden.

Vanuit de boot zag de bemanning dat het kerkhof, dat de overleden bisschop zou wijden, bedekt was met een witte nevel. Pas toen deze nevel optrok kwam de boot los en konden ze verder varen. Gelovigen dichtten het beeldje deze krachten toe en gingen het vereren. Het verhaal trok pelgrims waardoor het een bedevaartsoord werd. De pastoor bouwde op de vindplek een kapel en stichtte een klooster om gelovigen onderdak te kunnen bieden die van ver kwamen.

De melaatsen van Holland en omstreken hadden zich in een gilde verenigd ter ere van Onzer Lieve Vrouwe van Eiteren. Ze zorgden ervoor dat er elke week in de kapel vijf missen konden worden gehouden. Degenen die besmet waren, mochten niet met gezonde mensen omgaan, hun eigen partner uitgezonderd. Er stonden aan het hoofd van dit gilde vier dekens. In de rij weldoeners van de orde werden Jacoba van Beieren en Frank van Borselen als eersten genoemd.

De schout, burgemeester, schepen en raadsleden van IJsselstein schreven in 1447 hoe de processie moest verlopen met het beeldje van de heilige Onze Lieve Vrouwe tot Eiteren. Alle deelnemers moesten kaarsen dragen. De volgorde lag vast: voorop de schutters, dan volgden de bouwlieden, smeden, timmerlieden, graankopers, slagers, schippers, kleermakers, schoenmakers, wolwevers, linnenwevers. De melaatse kaarsendrager sloten de rij.

Door de Reformatie werd de kapel van Onze Lieve Vrouwe in Eiteren in 1579 gesloten. En opnieuw geschiedde een wonder. Het Mariabeeld dat in de IJssel werd gegooid bleef ondanks de stroming op dezelfde plek in het water drijven. Kinderen van vissers die dat zagen kregen het beeldje te pakken en brachten het in veiligheid. Het beeldje bleef daarna waarschijnlijk in particuliere handen, totdat IJsselstein in 1634 weer een katholieke kerk kreeg. Daar stond het beeld, totdat het rond 1860 in zo'n slechte staat verkeerde, dat de pastoor overwoog het te vernietigen. Het belandde in 1866 in de Utrechtse congregatie Zusters van Liefden en kwam in de belangstelling onder de naam ‘Onze Lieve Vrouw Hulp in de Nood’.

In 1936 kwam het beeldje opnieuw in de parochiekerk van IJsselstein terug en staat tegenwoordig in de Mariakapel met de titel ‘Hulp ter Nood’. Sindsdien werd er ieder jaar rond 22 juni op zondag een processie gehouden, die de Ommedracht wordt genoemd. De deelnemers lopen in Middeleeuwse klederdracht en dragen het beeldje in een optocht door Eiteren. Dit is de enige processie boven de grote rivieren.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.