Hekendorp viert tijdens Open Monumentendag de gijzeling van Wilhelmina van Pruisen

Gepubliceerd op 21 februari 2019 om 16:05

Hekendorp staat in tijdens Open Monumentendag op 14 september stil bij de gijzeling van de doortastende Wilhelmina van Pruisen, vrouw van stadhouder Willem V van Oranje-Nassau die in 1787 door de patriotten halverwege Schoonhoven en Haastrecht werd aangetroffen bij Bonrepas aan de Vlist. De prinses werd naar Hekendorp geleid waar ze in het buurtschap Goejanverwellesluis kon worden ingerekend door het Goudse Vrijcorps onder leiding van Cornelis de Lange die haar beleefd maar dwingend in een boerderij in Hekendorp opsloot. Onder de noemer Prinses en patriot, geschiedenis begint in Hekendorp wordt dit tijdens Open Monumentendag op 14 september nagespeeld. De Utrechtse brompot Maarten van Rossum is uitgenodigd om er op zijn onnavolgbare wijze een kleurrijke lezing over en er is een braderie in stijl. Het feest begint vrijdag de 13e met een kaas- en wijnfeest rondom de Wiericke.

Cornelis de Lange van Wijngaarden

Wat was er aan de hand?

De prinses was op vrijdag 28 juni 1787 met twee koetsen en een sjees onderweg van Nijmegen naar Den Haag om, naar haar eigen zeggen, een eind te maken aan de overspannen situatie waar haar gestresste echtgenoot door zijn starre optreden in verzeild was geraakt. Er waren een paar jaar daarvoor rellen geweest waar de stadhouder niet het hoofd aan kon bieden en hij gedwongen werd de residentiestad te verlaten.  Willem overwoog zijn taken neer te leggen.
De zondag voor ‘de aanhouding’ van zijn vrouw, had een minderheid van de Staten van Holland hem gevraagd om de orde te herstellen, maar daar had hij geen zin. Hij moest worden omgepraat door de oranjegezinde Gijsbert Karel van Hogendorp en zonder twijfel heeft Wilhelmina hier ook een rol gespeeld.

Dat de prinses zo snel daarna terug wilde keren naar Den Haag werd gezien als provocatie door de tegenstanders van de stadhouder. Een vriend van het kamermeisje van Wilhelmina had de Goudse patriottenleider Cornelis Johan de Lange laten weten dat ze onderweg was. Niet wetende dat ze in de val zou lopen had Wilhemina er de sokken in gezet. Ze was om half zes ‘s ochtends vertrokken en had al paarden gewisseld in Tiel en Nieuwpoort.

In Haastrecht stonden de volgende paarden al te trappelen en op Huis ten Bosch in Den Haag waren de levensmiddelen voor het avondmaal al besteld. Zover zou ze niet komen, want de patriotten konden haar eenvoudig onderscheppen in Bonrepas. Ze brachten haar met haar gezelschap naar Hekendorp, waar ze in de boerderij van Arie Leeuwenhoek in het kaaspakhuis onder bewaking werd ondergebracht.

Cornelis de Lange, die de heer van Wijngaerden en Ruygbroek was, en ‘De Lange van Wijngaarden’ werd genoemd, vroeg vervolgens toestemming aan de Hollandse Staten of Wilhelmina het recht had om door te reizen, maar dat werd geweigerd; ze zou immers de rust in gevaar kunnen brengen. 

De patriotten lieten haar daarna naar Schoonhoven terugkeren om het besluit op haar protest tegen de weigering af te wachtten. Toen er na twee dagen nog geen toestemming was, keerde ze woedend terug naar Nijmegen.

De Lange van Wijngaarden was trouwens geen domme jongen die een onbezonnen daad begin, hij had op de Latijnse school gezeten en was lid van de vroedschap van Gouda. Met ondermeer Jacob Blauw had hij de Goudse patriotistische beweging opgezet die de landelijke beweging steunde. Deze wilde af van de vriendjespolitiek die door de stadhouders werd bedreven.

Wilhelmina vond in Duitsland haar broer, de Pruisische vorst, bereid om haar man te helpen de touwtjes weer in handen te krijgen, waarna de Pruisische bezetting van de Republiek volgde. Op zondag 23 september kon Wilhelmina daardoor wel naar Den Haag gaan en kon ze het niet laten om triomfantelijk via Gouda te reizen.

Prinsgezinden hadden het huis van De Lange van Wijngaarden aan de Westhaven toen al geplunderd en hem uit het stadsbestuur gegooid. Hij was via Brussel naar Parijs gegaan en raakte daar betrokken bij de Franse invasieplannen die zou leidden tot de Bataafse Republiek.

De Pruisen vonden inmiddels het optreden van stadhouder Willlem V zo slap, dat ze voorstelden om Wilhelmina de macht te geven. Je kunt eenvoudigweg stellen dat Willem het in de praktijk niet trok. 

Met de Franse troepen, die in januari 1795 via de bevroren Lek eenvoudig Holland konden binnentrekken, kwam De Lange van Wijngaarden weer terug.

Willem nam met zijn gezin de kuierlatten naar Engeland en de volgende dag werd met steun van Frankrijk de Bataafse Republiek uitgeroepen. De Lange van Wijngaarden vervulde op landelijk niveau een aantal belangrijke functies. Van zijn hand verscheen in twee delen de Geschiedenis der Heeren en beschrijving der stad van der Gouda.

Wilhelmina’s zoon prins Willem Frederik van Oranje-Nassau toonde zich wat slagvaardiger dan zijn vader en zette in 1813 bij Scheveningen voet op Nederlandse bodem om koning te worden. Zijn moeder keerde als weduwe terug in Holland.

De Lange van Wijngaarden, de man die haar in Hekendorp had vastgehouden, was in 1815 bij haar te gast in haar landhuis Welgelegen in Haarlemmerhout. Haar zoon was net tot koning Willem I gekroond. Ze waren ruim de zeventig gepasseerd en De Lange van Wijngaarden, weduwnaar, woonde inmiddels  in Oud-Wassenaar. Wilhelmina ontving hem sportief met een grapje dat de geschiedenis in ging: ‘Heden is mijnheer mijn gevangene. ik wacht u aan mijn tafel.’

Vijf jaar later overleden beiden. Hij in Oud-Wassenaar en zij op Het Loo. In 1822 is Wilhelmina in de grafkelder van de Oranjes in Delft bijgezet.


«   »