Arminiuslezing: Zijn wij ons brein de baas?

Gepubliceerd op 2 februari 2019 om 00:30

Twee hersenwetenschappers, prof. dr. Andre Aleman (auteur van 'Je brein de baas' en hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie aan Universiteit Groningen) en prof. dr. Peter Hagoort (hoogleraar cognitieve neurowetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen, winnaar Spinozapremie) gaan woensdag 6 februari in het stadhuis van Oudewater in debat over de vrije wil vanuit de hersenwetenschap, onder leiding van burgemeester Pieter Verhoeve.

Hoe vrij ben je als mens? Is iemand wel in staat op een neutrale manier een eigen mening te vormen? Na afloop van het debat is de presentatie van het Arminiusfonds, een onafhankelijke stichting, die om het jaar een Arminiuslezing wil organiseren in Oudewater.

Wie was deze Arminius?

In het begin van de Gouden Eeuw dacht de als Jacob Hermansz in Oudewater geboren predikant Jacobus Arminius ook na over de vrije wil. Al twijfelde hij niet aan het bestaan van een God, de interpretatie van de Bijbelteksten liet hij aan de gelovigen zelf.

Nadat zijn vader was overleden werd Arminius opgevoed door Theodorus Aemilius, een priester met protestantse ideeën. Aemilius nam hem mee naar Utrecht. Na het overlijden van Aemilius ontfermde een andere geleerde uit Oudewater zich over hem, de wiskundige Rudolf Snellius, waardoor hij kon studeren in Marburg. In 1576 ging hij naar de Universiteit van Leiden.

Hij kreeg een beurs om in Genève bij Géza, een oudmedewerker van Calvijn, wijzer te worden, reisde naar Bazel en Italië.

Het zaad dat de humanist Erasmus had verspreid, die kritiek had op de manier waarop met Bijbelteksten werden omgesprongen, sprak hem meer aan, dan de strenge predestinatie leer van Calvijn.

Arminius concludeerde dat niet alles wat iemand overkomt is voorbestemd en dat de mens door zijn gedrag zelf de hand heeft in zijn toekomst na de dood. Hij vond dat de geloofsbeleidenis ook in dat licht moest worden bezien. Een belangrijk man die zijn visie deelde was staatssecretaris Johan van Oldenbarneveld.

Arminius was in 1603 tot zijn dood in 1609 hoogleraar in Leiden en daar was zijn beduidend jongere collega Franciscus Gomerus (François Gomaer) het niet eens met zijn visie. Die wilde een kerkinstituut gebaseerd op de Calvinistische doctrine, die ervan uitgaat dat alles is voorbestemd en de kerk bepaalt hoe de Bijbel moet worden geïnterpreteerd. Beide zienswijzen, waarvan de aanhangers zich remonstranten en contraremonstranten noemden, leiden bijna tot een burgeroorlog. Die werd voorkomen door de Staten van Holland die het oordeel over wie gelijk had, neerlegde bij de Dordrechtse Synode.

De Synode hakte in 1619 de knoop door en koos voor de contraremonstrantse visie van Gomerus, die overigens gedeeld werd door stadhouder Maurits van Nassau. Nederduits Gereformeerd werd daardoor de staatsgodsdienst en de remonstrantse predikanten (alleen al 40 in Gouda) uit hun ambt gezet en verbannen.

De visie van Arminius leeft tot op heden voort in de ruim vijfduizend leden tellende Remonstrantse Broederschap, die de Arminianen in 1619 oprichtten. Zij vieren in maart van dit jaar de vierhonderdste verjaardag.


«   »