Europese bever is terug in Krimpen

Gepubliceerd op 31 augustus 2018 14:52

In het Stompoldervloedbos van Krimpen aan den IJssel en het ernaast gelegen natuurgebied De Zaag hebben zich sinds kort bevers gevestigd. De Nederlandse bever (Castor fiber) is geen dammenbouwer, zoals zijn flinkere Canadese neef, maar desondanks kan hij zich moeilijk verborgen houden. Knaagsporen aan jonge bomen verraden zijn aanwezigheid. In 1988 werden dieren van de Elbe uitgezet in de Biesbosch en vandaaruit konden de eerste veertig zich vermenigvuldigen en verspreiden. Jonge bevers die het ouderlijk huis verlaten, zoeken een nieuw gebied waar ze een territorium vormen van 1,5 tot 4 kilometer oeverlengte. Voor een overpopulatie in Krimpen hoeft dus niet te worden gevreesd. Het Zuid-Hollands Landschap beschouwt deze dieren als nuttige begrazers die bijdragen aan openheid en variatie in de natuur.

De dieren worden van kop tot het puntje van de staart 128 centimeter lang en wegen dan 38 kilo. Meestal leven er vijf tot zes in een groep: een volwassen paartje en een paar jongen. De laatste gaan na twee jaar hun eigen territorium zoeken dat ze afzetten met bevergeil of castoreum. Bij gevaar slaan ze met hun staart op het water. Als ze geen ondergronds hol kunnen bouwen, bouwen ze een burcht van takken, waarvan de ingang onder water is, zodat roofdieren er niet in kunnen.

Ze eten niet alleen bomen en struiken, maar ook waterplanten, kruiden, grassen en wortels. Zijn tanden onderhoudt hij door bast te knagen. Ze overwinteren met een voorraad takken die ze onder water bij hun burcht bewaren. Net als de meeste mensen zijn ze monogaam. Begin twintigste eeuw waren ze bijna uitgeroeid, maar door bescherming en herintroductie beginnen populaties zich langzaam te herstellen.

Foto Zuid-Hollands Landschap


«   »